Stompwijk - Vogelplas

De Vogelplas en Vlietland

Als je hier zit, hoor je van alles door elkaar.

Het geroep van vogels.
Wind door het riet.
Een motorboot ergens verderop.
Fietsers op de Kniplaan.

En toch is het moeilijk voor te stellen hoe druk deze plek vroeger eigenlijk was.

Lang voordat hier recreanten kwamen wandelen, varen of vogels kijken, liep hier één van
de belangrijkste routes van de streek. De Kniplaan was eeuwenlang de verbinding
tussen Stompwijk, Voorschoten en Wassenaar. Op oude kaarten heet deze weg zelfs de
Stompwijcker Kercklaen.

En dat was niet zomaar een naam.

Veel inwoners van Stompwijk waren vroeger verplicht om naar de kerk in Voorschoten te
gaan. Niet gaan was geen optie. Kerk, zorg en sociaal leven liepen toen volledig door
elkaar heen. Dus trokken mensen over deze weg richting de pont bij De Knip.

Boeren.
Kinderen.
Handelaren.
Mensen met paard en wagen.
En soms complete gezinnen lopend door de polder.

Op een schilderij van Jan van Goyen uit 1642 zie je hoe levendig het hier ooit was.
Vissers halen hun netten binnen, boeren roepen naar elkaar vanaf de kant en een lage
houten veeschuit ligt zwaar in het water terwijl koeien onrustig meebewegen op de
golven.

Het landschap was toen geen stiltegebied.

Maar een doorgangsroute.

Zelfs soldaten trokken hier voorbij. In de nacht van 2 oktober 1574 vluchtten Spaanse
troepen hier langs voor de oprukkende watergeuzen tijdens het Leidens Ontzet.

En eeuwen later veranderde het opnieuw.

In de twintigste eeuw werd het langzaam rustiger op de Kniplaan. Nieuwe wegen
kwamen erbij. Auto’s namen het over van paard en wagen. Maar voor Stompwijkers
bleef dit gebied belangrijk.

Bezorgers fietsten hier langs.
Arbeiders liepen naar huis.
Scholieren reden richting Leiden.

En veel gezinnen trokken op zomerse dagen met een bolderkar richting Wassenaar.
Onderweg werd gepicknickt. Een dagje dierentuin voelde toen als een complete
vakantie.

Maar het landschap dat je nu ziet… bestond toen nog niet.

Waar nu waterplassen, rietvelden en bossen liggen, was vroeger vooral boerenland.

Tot na de oorlog alles veranderde.

Nederland groeide razendsnel. Er moesten nieuwe woonwijken komen, snelwegen,
viaducten en industriegebieden. En daarvoor was zand nodig. Heel veel zand.

Dus begonnen enorme zandzuigers hier vanaf eind jaren zestig de grond uit te graven.

Dag en nacht.

Het zand uit Vlietland verdween naar grote projecten in de regio, onder andere richting
het Prins Clausplein en nieuwe woonwijken. Grote stalen buizen liepen dwars door het
landschap om het zand af te voeren.

Wat achterbleef waren diepe plassen.

Sommige meer dan twintig meter diep.

En dat ging niet altijd goed.

De Meeslouwerplas werd op sommige plekken veel dieper uitgezogen dan afgesproken.
Oevers begonnen te verzakken en er ontstonden gevaarlijke situaties. Pas tientallen
jaren later werden plannen gemaakt om delen veiliger te maken en tegelijkertijd de
natuur te versterken.

En juist daar gebeurde iets bijzonders.

Want wat begon als zandwinning groeide langzaam uit tot één van de rijkste
natuurgebieden van deze omgeving.

Vandaag liggen hier rietvelden, moerasbossen, graslanden en open water. Voor dieren
vormt deze plek een belangrijke groene verbinding tussen de kust, de duinen, de Vliet en
het Groene Hart.

Alsof de natuur hier opnieuw ademruimte vond tussen alle steden.

Vanuit de vogelhut zie je soms krooneenden voorbijzwemmen of roodhalsfuten
onderduiken. Lepelaars stappen door het ondiepe water. In het riet hoor je
blauwborsten en de mysterieuze zang van de Cetti’s zanger.

En zelfs grotere dieren keren terug.

De bever laat inmiddels weer knaagsporen achter langs het water.
De rode eekhoorn heeft het gebied ontdekt.
En boven het landschap jaagt soms een boomvalk.

Misschien maakt juist dat deze plek zo bijzonder.

Dat hier eigenlijk meerdere werelden over elkaar heen liggen.

De oude route van boeren en kerkgangers.
De tijd van zandzuigers en grote bouwprojecten.
En nu een landschap waar vogels, wandelaars en recreanten opnieuw hun plek vinden.

Want hoewel alles veranderde, bleef één ding hetzelfde:

Mensen blijven hier komen.

Om over te steken.
Om verder te reizen.
Of juist om even stil te staan.

En terwijl ergens een vogel door het riet schiet en de wind over het water trekt, beweegt
deze plek nog altijd tussen werelden.

Net als vroeger.

Alleen klinkt hier nu geen geratel van karren meer…

maar het ruisen van riet en vleugels boven het water.