Krimpenerwaard - Gouderak

“De man Verdoold”

Ik sta hier vaker. Bij het water hier bij de Zellingwijk of bij het gemaal. Wat jullie nu
Gemaal Verdoold noemen… daar werkten wij al, lang voordat het Gemaal mijn naam
kreeg. In mijn tijd was dit gewoon een plek waar je vocht tegen het water. Waar je stond,
dag en nacht, omdat je wist: als wij stoppen… dan wint het water.

Wat jullie nu Gouderak noemen… maar in mijn tijd noemden we het Golderake — naar
dat rechte stuk water daar, het rak. Het Goudsche rak. Een naam van schippers, van
stroming, van richting. En zo begon het. Niet als dorp zoals jullie dat kennen, maar als
een plek langs het water waar mensen bleven hangen… en bleven bouwen.

Mijn naam doet er niet zoveel toe. Maar als je het echt wilt weten… ze noemden me de
man van Verdoold. En dat paste eigenlijk wel. Want als je hier werkte, voelde je je soms
ook zo — een beetje verdwaald tussen land en water, tussen hoop en verlies.

En soms noemden ze ons gewoon rakkers. Niet omdat we zo braaf waren. Maar omdat
we deden wat nodig was.

Toen ik hier nog leefde, was dit geen plek om rustig te zitten. Dit was werk. Altijd werk.
De klei uit de IJssel werd met koude handen omhoog geschept, uitgespreid, gekneed en
gevormd tot stenen. Miljoenen stenen. Stenen waar huizen van werden gebouwd —
misschien zelfs wel onder jouw voeten. En terwijl wij dat deden, hielden we altijd één
oog op het water. Want de Hollandse IJssel gaf… maar nam ook.

En als er gevaar kwam, dan hadden wij geen zwaarden of geweren. Dan pakten we wat
er lag. Stenen. Dus ja… ze noemden ons ook stenengooiers. Niet uit trots. Maar omdat
het moest.

Als ik nu om me heen kijk, zie ik iets wat wij ons nauwelijks konden voorstellen. Rust.
Huizen die blijven staan. Straten die beter overeind blijven dan vroeger. Mensen die
wandelen… gewoon omdat ze daar zin in hebben. Dat laatste begrijp ik nog steeds niet
helemaal. Wij wandelden alleen als het moest. Of als we iets kwijt waren. En meestal
waren we dan onszelf kwijt.

Maar ik moet eerlijk zijn. Wat jullie hier hebben opgebouwd… dat is niet niks. Van een
jong rivierdorp, uitgegroeid tot een plek die al honderden jaren blijft bestaan. Dat
betekent dat generaties na ons zijn blijven staan. Zijn blijven bouwen. Zijn blijven kiezen
voor deze grond.

Jullie hebben het water niet verslagen — dat kan niemand — maar jullie hebben het wel
leren beteugelen. Met dijken. Met gemalen. Met kennis… en geduld. En misschien nog
belangrijker… jullie hebben tijd. Tijd om stil te staan. Om te kijken. Om te luisteren.

Toch zie ik ook dingen waar ik mijn hoofd bij schud. Ik hoorde over een wijk hier links van
je die gebouwd was op grond die niet deugde. Gif, zeggen jullie. Dat is iets wat wij niet
kenden. Onze armoede was hard… maar voor zover wij wisten eerlijk. Wat uit de rivier
kwam, was wat het was. We vochten tegen de natuur — niet tegen wat mensen zelf in de
grond stopten. Maar toen hoorde ik ook dat jullie het hebben opgeruimd. Dat huizen zijn
afgebroken en opnieuw opgebouwd. En toen dacht ik: dat vraagt misschien nog wel
meer lef dan wat wij deden.

Want wij hielden vast aan wat we hadden. Jullie durven opnieuw te beginnen.

En terwijl ik hier zo sta, zie ik jullie zitten. Op dit bankje. Niet om uit te rusten na een dag
zwoegen, zoals wij dat deden. Maar om even niets te moeten. Om te luisteren naar een
stem. Een verhaal.

Dat is misschien wel het grootste verschil tussen jullie tijd en de mijne. Wij maakten
geschiedenis… zonder te weten dat iemand er ooit naar zou luisteren. Jullie bewaren
haar. Geven haar een stem. Geven haar een plek.

En dus sta ik hier… bij een oude zelling. In wat jullie nu Gouderak noemen. Maar voor mij
blijft het Golderake.

Dus als je straks weer opstaat, kijk nog één keer naar het water. Naar de grond onder je
voeten. En bedenk dan: dit dorp is niet vanzelf blijven staan. Het is vastgehouden. Door
rakkers. Door stenengooiers. Door mensen die bleven… ook toen het makkelijker was
geweest om te gaan.

En ergens, diep onder dit alles, ligt nog steeds dat oude Golderake. Van klei. Van strijd.
Van mensen die niet opgaven.

En als je goed luistert… hoor je het nog.

Precies hier.