Krimpenerwaard - Bergambacht
Bergambacht
Bergambacht – veerkracht
Dit verhaal gaat over een dorp dat bleef.
Over vuur dat kwam en ging.
En over mensen die, keer op keer, opnieuw begonnen.
Wie ons door dit verhaal meeneemt, is Anna.
Geen beroemdheid, geen held uit de boeken.
Gewoon een meisje uit Bergambacht, dat hier opgroeide en zag wat er gebeurde toen
het dorp werd getest.
Die zondagochtend in 1886 rook ze het vuur al voordat ze het zag. Eerst dacht ze aan
stro. Toen werd de lucht donker. Warm. De wind joeg de vlammen voort, van rieten dak
naar rieten dak. Mensen renden. Emmers gingen van hand tot hand. Maar tegen het vuur
was er geen houden aan.
Vijf panden gingen verloren. Negen gezinnen waren in één dag hun huis kwijt. Het enige
dat nog aan dit drama herinnert is een steen met het jaartal 1886 in de gevel van een
boerderij die na de brand werd herbouwd. En iets anders: mensen die elkaar niet
loslieten.Wat bleef, was een gevelsteen met het jaartal 1886. En iets anders: mensen
die elkaar niet loslieten.
Wie nu door het centrum van Bergambacht loopt, ziet vooral vernieuwing. Veel oude
panden zijn verdwenen. Alleen rond de kerk en een stukje van de oude Dorpsstraat
hangt nog iets van vroeger. Dit deel van het dorp ligt op een zanddonk – hoog en droog,
gevormd in de oertijd. Dáár begon Bergambacht.
Ook de naam vertelt dat verhaal: berg of donk, en ambacht – een werkend landschap,
een gemeenschap. Geen toeval, maar een plek waar mensen bleven.
En dat moesten ze ook, want het vuur kwam terug.
In 1891 begon opnieuw een brand, dit keer op de hoek van bij de Kerksingel. Woningen
gingen verloren. En toen ook de kerk zelf. Het gebouw brandde vrijwel volledig uit, de
toren tot halverwege. De kerk werd herbouwd, maar nooit meer zoals hij was. Toch werd
er niet opgegeven. Men begon opnieuw.
In 1914 kwam het treintje van Schoonhoven naar Gouda, dat pal langs het dorp liep.
Verbinding, vooruitgang. Tot het op maandag 3 oktober 1921 gruwelijk misging. Een vonk
uit de locomotief, een schuur met rieten dak en weer vlammen. Twaalf huizen brandden
af. Vijftien gezinnen raakten dakloos. Zelfs de school ging verloren. Het spoortje werd in
1942 opgeheven en naar Duitsland afgevoerd.
In 1914 kwam het treintje. Verbinding, vooruitgang. Tot het in 1942 opnieuw misging.
Een vonk, een schuur, en weer vlammen. Twaalf huizen brandden af. Vijftien gezinnen
raakten dakloos. Zelfs de school ging verloren.
Anna was inmiddels volwassen. Maar ze herkende de geur meteen.
Ook de grote timmerfabriek, trots van het dorp, brandde in 1924 tot de grond toe af.
Werk verdween. Zekerheid ook. Maar telkens weer gebeurde hetzelfde: mensen hielpen
elkaar. Bouwden opnieuw. Samen.
Anno nu is Bergambacht een welvarend dorp. De diversiteit aan werkgelegenheid is
groot. Er is veel ‘schone’ industrie. Tegelijk vragen inwoners zich af of het soms niet een
tandje minder kan, om het landschap te beschermen dat altijd zo belangrijk is geweest.
Hopelijk wordt bij die keuzes vastgehouden aan een eigenschap waarmee
Bergambachtenaren zijn opgegroeid: luister naar elkaar en zoek naar
overeenstemming. Juist daarmee heeft de lokale middenstand het voor elkaar
gekregen dat een dorp van nog geen zesduizend inwoners een regiofunctie vervult die
ooit niemand had kunnen bedenken.
En misschien…
als Anna hier vandaag zou zitten, op dit bankje,
zou ze knikken.
Trots.
Omdat Bergambacht, wat er ook gebeurde,
altijd weer samen opstond.
